- Vaargebied- Oosterschelde- Westerschelde- Veerse Meer- Grevelingen- Kanaal door Walcheren- Haringvliet
Print deze pagina

Veerse Meer

Het Veerse meer is een meer dat is overgebleven na de eerste werkzaamheden van de waterwerken in Zeeland.

Het Veerse Meer en het gebied er omheen zijn prachtig.

Het meer is ontstaan door de bouw van de Veerse Gatdam, nu ongeveer veertig jaar geleden.

 

Het Veerse meer ligt ten zuiden van het eilandNoord-Beveland, en ten noorden van Walcheren en Zuid-Beveland. In het westen is het van de Noordzee afgesloten door de Veerse Gatdam die in 1961 werd gesloten.

In het oosten is het van de Oosterschelde afgesloten door de Zandkreekdam die op 3 mei1960 werd gesloten.

 

Sinds enkele jaren is er een doorlaatsluis (naast de botensluis) waardoor het water met eb en vloed ververst wordt.

 

Het Veerse Meer is 22 kilometer lang.

De breedte varieert van 150 tot 1500 meter; de totale oeverlengte bedraagt 55 kilometer.

 

De diepte varieert fors en bedraagt maximaal 25 meter, met een gemiddelde van 5 meter.

Het waterpeil wordt in de zomer hoog gehouden en in de winter laag.

De totale wateroppervlakte bij NAP bedraagt 2030 hectare.

In het meer bevinden zich 13 grote en kleine eilanden.

 

Tot 1969 was het beheer van het meer in handen van de Deltadienst.

Het water is brak, met een variërend zoutgehalte.

Sinds mei 2004 wordt er zout water ingelaten uit de Oosterschelde, waardoor het zoutgehalte zal toenemen, en er een getij van ongeveer 14 centimeter ontstaat.

 

Het Veerse Meer is een van de weinige plaatsen in Nederland waar het Zuiderzeekrabbetje, de Trompetkalkkokerworm, en het Palingbrood (Electra crustulenta) voorkomen.

 

Het meer is een aantrekkelijke watersportplaats voor zeilers, sportvissers, en sportduikers.

Er is ook gelegenheid voor surfen en waterskiën.

 

Rond het meer bevinden zich 3500 ligplaatsen voor plezierjachten.

Er zijn enkele duikstekken, onder andere ten noorden van Wolphaartsdijk en aan de westkant van Veere.

Jaarlijks worden in het meer circa twaalfduizend forellen uitgezet, waarvan de helft regenboogforellen en de helft beekforellen. 

 

Plaatsen aan het Veerse meer:

 

Veere: Veere is een zeer toeristische, maar dan ook zeer mooie plaats. Met zijn schotse huizen, romantische marktplein, wensput en de Kampveerse toren zeker de moeite van het bekijken waard. Veere begon in de 12e of 13e eeuw als het gehucht Kampvere. Onder invloed van het adellijke geslacht Van Borssele en doordat het in 1541 de stapelplaats van Schotsewol in de Nederlanden werd, kwam de plaats tot grote bloei. In 1572 sloot Veere zich, met de meeste andere Walcherse steden, aan bij de opstand tegen het bewind van Alva. In de Republiek nam de stad een vooraanstaande positie in.Tijdens de Bataafse Republiek werd Veere in plaats van handelsstad weer een (arme) vissershaven.  Monumenten De rijke geschiedenis van Veere blijkt uit de vele monumenten die het kleine stadje heeft:De Grote Kerk, deze stamt uit 1348; vanaf 1811 werd de kerk door soldaten van Napoleon gebruikt als militair hospitaal; de kerk is nog een tijdje bedelaarshuis geweest en kazerne. Het Stadhuis uit de vijftiende eeuw met de prachtige voorgevel; de toren met het klokkenspel dateert van het eind van de zestiende eeuw. De Schotse Huizen, in de zestiende eeuw gebouwd door rijke Schotse kooplieden. De Campveerse Toren, gebouwd als een deel van de stadsverdediging rond 1500; vanaf de zestiende eeuw deed de toren dienst als herberg en vuurtoren. Het is thans een van de oudste nog bestaande herbergen in Nederland. De Molen, genaamd "De Koe". Daarbij komen nog diverse kleinere monumenten. Weinigen zullen zich kunnen voorstellen dat Veere een belangrijke havenstad is geweest en dat einde 17e eeuw binnen de stadswallen zo`n 750 huizen hebben gestaan tegen nu amper 300. Etymologie Veere heette oorspronkelijk Kampvere: het was de plaats waar het veer vertrok van Walcheren naar Noord-Beveland. Het veer voer naar het in 1530 verdronken dorp Campen, later naar Kamperland. De Campveerse Toren herinnert met zijn naam aan dit veer. De afsluiting in 1961 van het Veerse Gat heeft het veer overbodig gemaakt, maar heeft ook het einde betekend van Veere als zeehaven. Nadien heeft het Veerse Meer zich ontwikkeld tot een belangrijk recreatiegebied met veel pleziervaart. In de maanden juli en augustus is er iedere dinsdag een Historische Markt te bezoeken. Kamperland: Kamperland is een origineel Zeeuws dorp met  café en een supermarkt. De plaats was vroeger bekend als Campen en wordt al in 976 genoemd. De naam is afgeleid van het Latijnsecampus, dat `veld` of `omheind land` betekent. In 1170 wordt Campen als zelfstandige parochie vermeld. Het moet een belangrijke plaats zijn geweest, want het huidige Veere op Walcheren werd vroeger Kampvere genoemd; de plaats vanwaar het veer naar Campen vertrok. Twee stormvloeden in de 16e eeuw, op 5 november1530 en op 2 november1532 teisterden Noord-Beveland, en hierbij verdween ook Campen in zee. Vanaf 1598 werd Noord-Beveland weer ingepolderd. Na de bedijking van de Heer Janzspolder werd op de plaats van het oude Campen het huidige Kamperland aangelegd, als laatste van de wederopgebouwde Noord-Bevelandse plaatsen. Anders dan bij Colijnsplaat, Kats, Kortgene, en Wissenkerke, werd Kamperveen niet planmatig aangelegd. Sinds de sluiting van de Zandkreekdam (1960) en de Veerse Gatdam (1961), ligt Kamperland aan het Veerse Meer. Van mei tot septemberwordt er nog steeds een veerdienst op Veere onderhouden, zij het alleen voor voetgangers en fietsers. Van landbouwdorp heeft de plaats zich langzamerhand ontwikkeld tot toeristencentrum, met diverse bungalowparken en campings.  Veersedam: De Veersedam is een ligplaats onder de dijk die het meer van de Noordzee scheidt. Faciliteiten zijn er verder niet, maar het is de ideale plek voor een bezoek aan het Noordzee strand.  Kanaal door Walcheren Het kanaal door Walcheren is de verbinding tussen het Veersemeer en de Westerschelde. Het is een prachtig kanaal, wat een romantisch beeld laat zien van de Walcherse landschaps cultuur. Het Kanaal door Walcheren is een waterwegverbinding tussen de Westerschelde bij Vlissingen en het Veerse meer bij Veere. De aanleg vond plaats tussen 1870 en 1873 en droeg bij aan het economische herstel van Middelburg.Het kanaal volgt voor een gedeelte het tracé van het oude havenkanaal van Middelburg uit 1817. De aanleg werd gelijktijdig met die van het Walcherse gedeelte van de spoorlijn Roosendaal—Vlissingen gedaan; door de aanleg van de Sloedam ten behoeve van het spoor was het Sloe als vaarroute immers niet meer te gebruiken. Het kanaal snijdt te Middelburg een sectie van de oude stadswallen af.Tegenwoordig speelt het kanaal nog steeds een bescheiden rol in de beroepsvaart, maar is het vooral voor de pleziervaart van belang. Tussen Middelburg en Veere takt het Arnekanaal af naar Arnemuiden en Nieuw- en Sint Joosland. Middelburg: Middelburg is de hoofd stad van de provincie Zeeland. Met zijn abdij, stadhuis en Lange Jan, de vele kroegen en cafés, winkels en het Zeeuws museum maken Middelburg tot een boeiende stad. Donderdags is er een weekmarkt. In het noorden van het stadscentrum ligt het met Madurodam vergelijkbare Miniatuur Walcheren, waar markante Walcherse gebouwen op een schaal van 1:20 zijn nagebouwd. Middelburg is al voor het midden van de 9e eeuw ontstaan, want bij archeologische opgravingen van na de verwoesting van 1940 (zie onder), zijn gebruiksvoorwerpen uit die periode gevonden. Rond die tijd bevond zich er een burcht, die of als verdediging tegen de Vikingen bedoeld was, of juist gebouwd werd door de Viking-koning Harald zelf, die in 841 van keizer Lotharius Walcheren in leen kreeg. Rond 1125 werd een abdij gesticht. Deze omvatte onder meer twee kerken, de 14e eeuwse Koorkerk en de 15e eeuwse Nieuwe Kerk. Vermoedelijk ligt graaf Willem II, de vader van Floris V, in de Koorkerk begraven. Deze kerk heeft een 89 meter hoge toren, die de Lange Jangenoemd wordt en voor velen het symbool van Middelburg is. In de Nieuwe Kerk bevindt zich het marmeren graf van de Zeeuwse zeehelden Cornelis en Johan Evertsen. In de nabijheid van de Abdij staat de 15e eeuwseMunttoren. Het Abdijcomplex huisvest nu onder meer het Provinciehuis en het Zeeuws Museum. In 1217 kreeg Middelburg stadsrechten van graaf Willem I van Holland en van gravin Johanna van Vlaanderen. De oudste delen van het, tegenwoordig als universiteitsgebouw in gebruik zijnde, laatgotische stadhuis dateren uit 1458. In de gevel bevinden zich beelden van de graven en gravinnen die over Zeeland geregeerd hebben. In die tijd was de ten oosten van de stad gelegen zeearm het Sloe nog bevaarbaar. Hierdoor kon Middelburg een welvarende handelsstad worden, de belangrijkste van de Republiek.Zowel de VOC als de WIC hadden er een zogeheten "Kamer". Veel Engelse en Franse schepen deden de Middelburgse haven aan. De namen van straten en oude huizen verwijzen vaak naar het buitenland.